Arteriële ulcera

Hart- en vaatziekten zijn veelvoorkomende doodsoorzaken in de westerse wereld. De belangrijkste veroorzaker van deze aandoening is atherosclerose. Dit kan zich uiten in perifeer arterieel vaatlijden met klachten als claudicatio intermittens (etalagebenen) tot kritieke ischemie met niet-genezende ulcera. De behandelmogelijkheden kunnen invasief (operatief) of non-invasief zijn. De behandeling wordt afgestemd tussen de vaatchirurg, huisarts, verpleegkundig specialist, verpleegkundigen en verzorgenden. Wanneer er gekozen wordt om niet te opereren, is er een belangrijke rol weggelegd voor de verpleegkundige. Bij het ontstaan van ulcera is de wondbehandeling slechts een onderdeel van de behandeling. Aandacht voor pijn en het onderliggend lijden is minstens zo belangrijk.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze collectie:
- hoe het klinisch beeld van perifeer arterieel vaatlijden eruitziet
- de risicofactoren voor het krijgen artherosclerose benoemen
- het klinisch beeld van arteriële en veneuze ulcera herkennen
- de meest voorkomende vormen van diagnostiek beschrijven
- het TIME-model gebruiken om een wond te beoordelen
- het classificatiemodel van de Woundcare Consultant Society (WCS) gebruiken om een behandeldoel te stellen
- als verpleegkundig specialist medicatie voorschrijven
- als verpleegkundig specialist de medische en verpleegkundige anamnese afnemen