Prebunken en debunken: op zoek naar een vaccin tegen misinformatie

Iedereen is kwetsbaar voor misinformatie. Deze kwetsbaarheid betreft niet alleen (ouders van) patiënten maar ook onszelf. Of het nu gaat om foutieve of niet reproduceerbare wetenschappelijke publicaties, of om nieuwsberichten over een uitbraak van bedwantsen in de metro van Parijs. Vatbaarheid voor misinformatie wordt bepaald door verschillende factoren. Denk hierbij aan angst, (bijvoorbeeld voor bijwerkingen), iemands identiteit (met welke groep identificeer ik mij, welke waarden en normen passen hierbij?), sociale exclusie (doe ik gelijkwaardig mee?), vertrouwen (hebben (overheids)instanties het goed met mij voor?) en politieke context (polarisatie in de samenleving vergroot mogelijk de gevoeligheid voor misinformatie). Misinformatie, desinformatie, en nepnieuws vormen een probleem in de maatschappij, iets wat wij als zorgverleners ook in de spreekkamer bemerken. Deze vormen van misleidende en onjuiste informatie kunnen tot onrust en onzekerheid leiden bij (ouders van) patiënten, met potentieel schadelijke gevolgen. Het gebruik van sociale media zorgt voor snelle verspreiding van desinformatie en nepnieuws. Door de veelheid aan informatie en het selectief aanbieden van berichten door het gebruik van algoritmen is misinformatie steeds moeilijker te herkennen. Daarnaast zijn mensen eerder geneigd informatie te onthouden die ze vaker hebben gehoord en waar ze dus vertrouwd mee zijn (illusoire waarheidseffect). Het is belangrijk dat wij als kinderartsen weten wat onze eigen overtuigingen zijn én wat die van onze patiënten, vooral als die overtuigingen in conflict komen met elkaar en het belang van het kind. Door kritisch te blijven en nieuwsgierig naar waar berichtgeving vandaan komt, en door op feiten gebaseerde informatie te geven, kunnen we desinformatie in de spreekkamer weerleggen (debunken) en ouders en patiënten alert maken op hoe zij nepnieuws kunnen herkennen (prebunken). Door de zorgen van mensen te erkennen en serieus te nemen zullen ze meer openstaan voor een gesprek hierover.
Leerdoelen
Na het bestuderen van deze collectie:
- kent u de begrippen prebunking en debunking
- kent u de definities van misinformatie, desinformatie en nepnieuws
- heeft u handvatten om mis- en desinformatie te herkennen
- heeft u handvatten voor uzelf en uw patiënten om mis- en desinformatie te bestrijden