A&I

Een onafhankelijk, praktijkgerichte nascholing over perioperatieve geneeskunde

Een combinatie van vaktijdschrift, e-learning en congressen, geaccrediteerd door de NVA, NVIC, NIV, NVVC, NVvH, en NVN. 

Wil je toegang tot alle artikelen, video's en nascholing van A&I?

Abonneer nu! Meer informatie

Alle collecties van A&I

Gesorteerd op nieuw - oud
Pijnbestrijding gedurende de partus Lees meer over Pijnbestrijding gedurende de partus Pijnbestrijding gedurende de partus
Zwangerschap en geboorte zijn natuurlijke, fysiologische processen die aan de basis liggen van elk menselijk bestaan. Het geboorteproces vereist van de moeder een zware inspanning omdat het vaak gepaard gaat met complexe baringspijn. Deze pijn is door een medicamenteuze behandeling in combinatie met emotionele ondersteuning vaak goed en adequaat te verlichten. In de 21e eeuw kenmerkt goede baringszorg zich door een efficiënte, effectieve, veilige en tijdige vervulling van de noden van de barende, waarbij de zorg rondom de individuele vrouw georganiseerd wordt. Steeds vaker vindt het vervullen van die noden plaats in het ziekenhuis. De anesthesioloog kan met zijn kennis en kunde een bijdrage leveren aan de goede zorg rondom de partus.
Zwangerschapsfysiologie en anesthesiologische implicaties Lees meer over Zwangerschapsfysiologie en anesthesiologische implicaties Zwangerschapsfysiologie en anesthesiologische implicaties
Tijdens de zwangerschap treden fysiologische veranderingen op die van belang zijn voor uw anesthesiologische beleid. De aanpassingen van de orgaansystemen treden reeds vroeg in de zwangerschap op en worden gekenmerkt door een toename in metabolisme, zuurstofconsumptie en circulerend volume. Verder spelen hyperventilatie, verdunningsanemie, hypercoagulabiliteit, aspiratierisico, veranderingen van de luchtweg en verhoogde gevoeligheid voor anesthetica een rol. De anesthesiologische focus bij operatieve ingrepen tijdens de zwangerschap moet gericht zijn op luchtwegmanagement, risico en preventie van aspiratie, handhaven van maternale bloeddruk en uteroplacentaire perfusie, risico en preventie van tromboembolische complicaties, aanpassing van regionale technieken en algehele anesthesie. Bij algehele anesthesie zijn met name de keuze en dosering van inductiemiddelen, afname van MAC en placentaire passage van anesthetica van belang.
Systematische beoordeling thoraxfoto op IC Lees meer over Systematische beoordeling thoraxfoto op IC Systematische beoordeling thoraxfoto op IC
Ook voor een niet-radiologisch geschoolde arts is het mogelijk om een thoraxfoto adequaat te beoordelen, als hij maar systematisch te werk gaat. Daarnaast moet hij enige kennis hebben van techniek van een röntgenopname, relevantie van het verdwijnen en verschijnen van lucht-weefselscheidingsvlakken en veelvoorkomende radiologische diagnosen, zoals atelectase, consolidatie, pneumothorax, overvulling en pleuravocht.
Zenuwletsels na ingreep met regionale anesthesie Lees meer over Zenuwletsels na ingreep met regionale anesthesie Zenuwletsels na ingreep met regionale anesthesie
Na ‘lege artis’ uitgevoerde regionale anesthesie ontstaan soms neurologische symptomen door zenuwletsel. Vaak gaan de klachten over, maar er kan ook sprake zijn van blijvend zenuwletsel. De oorzaken zijn talrijk. Vaak is het zenuwletsel niet te wijten aan de regionale techniek. De incidentie van zenuwletsel na uitvoering van verschillende regionale technieken is niet exact bekend. Bij blijvende neurologische schade kan alleen een goede verslaglegging van de anesthesie als verdediging dienen ter aantoning dat volgens professionele standaarden is gewerkt. Net als bij perifere zenuwblokkades geldt voor epidurale anesthesie tijdens de baring dat zenuwletsel in de meeste gevallen niet door de anesthesietechniek wordt veroorzaakt.
Acute respiratoire insufficiëntie op basis van COPD: to be ventilated or not to be ventilated Lees meer over Acute respiratoire insufficiëntie op basis van COPD: to be ventilated or not to be ventilated Acute respiratoire insufficiëntie op basis van COPD: to be ventilated or not to be ventilated
Beslissingen over de intensiteit van behandeling van patiënten met een acuut respiratoir falen op basis van een acute exacerbatie COPD (AECOPD), worden beïnvloed door verwachtingen over overleving en kwaliteit van leven nadien. Artsen blijken de prognose over de kans op overleving na een IC-opname te somber in te schatten. De FEV1 alleen is als prognostische parameter niet toereikend. Om onderbehandeling te voorkomen, is goede kennis van prognostische parameters en kwaliteit van leven in deze patiëntengroep van groot belang.
Closed-loop-ventilatie: innovatie in mechanische ventilatie Lees meer over Closed-loop-ventilatie: innovatie in mechanische ventilatie Closed-loop-ventilatie: innovatie in mechanische ventilatie
Vernieuwing en innovatie in de gezondheidszorg zijn continue processen. Ook mechanische ventilatie vernieuwt en innoveert continu. In dit artikel beperken wij ons tot de ontwikkeling en introductie van closed-loop-ventilatie-modi en de voor- en nadelen van deze modi. In een closed-loop-gecontroleerd systeem wordt de output gecontroleerd op basis van de huidige input en de resulterende output en/of extra variabelen van het systeem. We kunnen drie verschillende closed-loop-categorieën onderscheiden: closed loop; automatisch en protocolgestuurd; automatisch, closed loop. Een ‘historisch’ voorbeeld van een closed-loop-ventilatie-modus is het zogenoemde mandatory minute volume (MMV). Adaptive support ventilation (ASV) is ontworpen om een ingesteld ademminuutvolume te garanderen met de voor de patiënt gunstigste combinatie van teugvolume en frequentie. Dit wordt bepaald door de zogeheten Otis-vergelijking. Proportional assist ventilation (PAV) is als proportional pressure support verkrijgbaar op onder andere de ventilatoren van Dräger Medical®. Het idee is dat de hoeveelheid pressure support getitreerd wordt op de behoefte van de patiënt. SmartCare® – ook bekend onder de naam NeoGanesh® – is het eerste commercieel beschikbare, geautomatiseerde systeem gericht op weanen. NAVA is de nieuwste ventilatormodus. De belangrijkste eigenschap van NAVA is dat het signaal dat door de ventilator wordt gebruikt niet een druk-flowsignaal is, maar het elektromyogram van het diafragma. Op deze manier zou de patiëntventilatorsynchronisatie vrijwel optimaal moeten zijn. Een buitengewoon interessant concept, omdat de patiënt als het ware zelf de beademing stuurt. Technisch moet het mogelijk zijn om volledig closed loop te beademen. De toekomst zal ons leren of we dat ook gaan doen.